Wet Kinderopvang
Op 1 januari 2005 is de Wet Kinderopvang (WK) in werking getreden. De wet is van toepassing op kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderbureaus (GOB). Met de WK regelt de overheid de kwaliteit van de kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit.
De GGD is verantwoordelijk voor de uitvoering van het toezicht op de kwaliteit in de kinderopvang. Inspecteurs van de GGD-en zijn daarvoor benoemd als toezichthouder.
Overgangsjaar 2010
In 2010, speelt op het gebied van toezicht en handhaving kinderopvang een aantal grote veranderingen. Per 1 januari 2010 wijzigt de Wet Kinderopvang, met daarmee samenhangend de invoering van het Landelijk Register en de start van eerstelijnstoezicht op gastouders. Vanwege deze veranderingen en de extra inzet die deze vragen van gemeenten en GGD'en, zijn de volgende afspraken gemaakt door Staatssecretaris Dijksma van OCW, de bestuurder van VNG, GGD Nederland en Inspectie van het Onderwijs:
- Alle gastouders worden door de GGD geïnspecteerd.
- Alle gastouderbureaus worden door de GGD geïnspecteerd.
- Kindercentra (KDV en BSO) die in 2009 aan de zogenaamde kernzaken voldoen, worden in 2010 niet geïnspecteerd.
- Overige kindercentra krijgen een inspectie op kernzaken. Deze kernzaken zijn benoemd in het model van Risico Gestuurd Toezicht. (zie info risico gestuurd toezicht onder inspecties)
Meer informatie over de wetswijziging voor ouders, gastouders en gastouderbureaus: www.implementatiekinderopvang2010.nl
Inspecties:
Er zijn verschillende momenten waarop een inspectie door de GGD wordt uitgevoerd.
Na aanvraag registeropname
Ieder nieuw kindercentrum is verplicht zich te melden bij de gemeente. De gemeente registreert het kindercentrum en meldt dit bij de GGD. Binnen tien weken moet de GGD een onderzoek uitvoeren om te bepalen of er sprake is van kinderopvang volgens De Wet.
Tevens wordt gekeken of er voldoende waarborgen voor kwaliteit zijn om van start te kunnen gaan. Kindercentra zijn verplicht om wijzigingen betreffende een bestaand kindercentrum te melden bij de gemeente.
Drie maanden onderzoek
Binnen drie maanden na de start van een nieuw kindercentrum wordt opnieuw een inspectie verricht.
Jaarlijks onderzoek 
In principe wordt ieder kindercentrum jaarlijks bezocht en worden de 7 domeinen uit de WK getoetst.
Na klachten en incidenten en nader onderzoek
Naar aanleiding van klachten kan een gemeente de GGD verzoeken een extra inspectie uit te voeren. Tevens kan er een extra onderzoek plaatsvinden als een onderdeel niet voldoende scoort tijdens het jaarlijks onderzoek. Uitbreiding van het reguliere inspectiebezoek op het domein pedagogiek wordt op indicatie door de reguliere inspecteur aangevraagd. De Vervolginspectie Pedagogisch Domein wordt uitgevoerd door een deskundige toezichthouder.
Risicogestuurd toezicht (RGT) 
Volgens een landelijk ontwikkeld model is het mogelijk een onaangekondigde inspectie op de kernzaken uit te voeren bij kindercentra.
Dit model bestaat uit:
- Observatie van de pedagogische praktijk, de beroepskracht-kind-ratio, maximale groepsgrootte, veiligheid en gezondheid, slaapruimte, gebruik van Nederlands als voertaal, aanwezigheid van voldoende en kwalitatief goed ontwikkelingsmateriaal, en bij wijziging van het aantal kinderen op ruimte: de binnen- en/of buitenspeelruimte.
- Steekproeven van verklaringen omtrent gedrag (VOG) en diploma's.
- Vragen aan beroepskrachten over bekendheid met het prococol Vermoeden kindermishandeling en het pedagogisch beleidsplan. Daarnaast kunnen aanvullende vragen gesteld worden aan beroepskrachten en/of de locatieverantwoordelijke over de beroepskracht-kind-ratio, wijziging van het aantal kinderen of van de ruimte.
Nader onderzoek
Indien er tijdens een inspectie onderdelen uit de Wet Kinderopvang onvoldoende worden gewaarborgd wordt een advies uitgebracht door de GGD aan de gemeente. De gemeente hanteert een vastgesteld handhavingsmodel. Hieruit kan een nader onderzoek door de gemeente worden aangevraagd. Afhankelijk van de overtreding wordt binnen de hieraan gerelateerde termijn een inspectie uitgevoerd door de GGD.
Peuterspeelzalen
Peuterspeelzalen (PSZ) vallen buiten de reikwijdte van de Wet Kinderopvang. Gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze voorzieningen. Elke gemeente heeft zijn eigen verordening ten aanzien van zijn peuterspeelzalen.
In de regio van GGD Gelre IJssel worden niet in alle gemeenten de peuterspeelzalen bezocht. De frequentie van inspectiebezoeken, door de GGD inspecteur, verschilt per gemeente.
Wet Oke
Per 1 augustus 2010 treedt de Wet Oke (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Eductie) in werking.
Met dit wetsvoorstel wordt aangestuurd op meer en betere voorschoolse educatie in de kinderopvang en peuterspeelzalen. Het toezicht op peuterspeelzalen wordt uitgevoerd door de GGD.
De wetsbepalingen inzake het landelijk register peuterspeelzalen treden op een later tijdstip in werking. Het register is nog in ontwikkeling. Houders van peuterspeelzalen moeten zich echter per 1 augustus 2010 wel houden aan de nieuwe kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen. De GGD-toezichthouder controleert vanaf nu jaarlijks of de peuterspeelzaal voldoet aan de kwaliteitseisen uit deze wet, de “Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen”, de “Wet klachtrecht cliënten zorgsector” en indien van toepassing het “Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie”. De inspectie heeft als doel te beoordelen of de peuterspeelzaal voldoet aan de kwaliteitseisen uit deze wet- en regelgeving.
De inspectie bestaat uit de beoordeling van verschillende gegevens en documenten én een inspectiebezoek bij de peuterspeelzaal. Hiermee wordt een oordeel gegeven of de peuterspeelzaal voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en opgenomen kan worden in het Landelijk Register. www.wetoke.nl
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling THZ van GGD Gelre-IJssel, tel.: 088 - 443 30 15.